Zijn we nog wel dankbaar?

Mensen reageren meestal verrast als ik hen vertel dat ik een expert in dankbaarheid ben. Ze vertellen mij dan spontaan over hun eigen ervaringen met dankbaarheid. Ze stellen me ook vaak de vraag: is er nog wel dankbaarheid in onze maatschappij? Zijn mensen nog wel dankbaar? Mensen zijn toch egoïstischer geworden en onze maatschappij draait toch om het individu? Daar moest ik altijd het antwoord op schuldig blijven. In dit artikel ga ik op zoek naar een antwoord op de vraag: zijn we nog wel dankbaar?

Zijn we nog wel dankbaar?

Nou is het in onderzoek niet de gewoonte om mensen botweg te vragen of ze zichzelf individualistisch of egoïstisch voelen. Maar er zijn wel andere waarden en kenmerken bekend die samenhangen met dankbaarheid, individualisme en egoïsme. Zo kan materialisme niet samengaan met dankbaarheid, zorgt dankbaarheid ervoor dat we ons richten op de ander en zijn religieuze mensen vaker dankbaar. Wellicht dat er met een omweg toch iets te zeggen valt over de huidige mate van egoïsme en individualisme, en de vraag of we nog wel dankbaar zijn.

Egoïsme

Ik begon mijn zoektocht naar een antwoord op de website van de European Social Survey (ESS). De ESS is een cross-cultureel onderzoek dat jaarlijks wordt uitgevoerd in zo’n twintig Europese landen. Zij stellen hun data openbaar beschikbaar en het is mogelijk om direct in de browser allerlei analyses uit te voeren. Ik kon met behulp van de data de jaren 2002 en 2018 met elkaar vergelijken. De vragenlijst legt de ruim 30.000 deelnemers vragen voor over onder andere hun waarden zoals macht, vriendelijkheid, sociale contacten en religie. Van deze waarden is het bekend dat ze een verband hebben met dankbaarheid maar dat ze ook een indicatie van egoïsme kunnen zijn.

Macht

Macht is je wil opleggen aan andere mensen, eventueel tegen de wensen of belangen van die anderen in. Dankbaarheid en macht hebben een interessante relatie. Machtige mensen die zich aangevallen voelen, zullen zich eerder schuldig maken aan het zwart maken van de ander. Zodra die ander zijn dankbaarheid uit, heeft de machtige persoon minder de neiging om kwaad te spreken. Het uiten van dankbaarheid wordt daarnaast ook wel gezien als het tonen van respect voor een ander. Verder gaan materialisme en dankbaarheid niet samen. Het is vrijwel onmogelijk om nog meer spullen te willen en tegelijkertijd dankbaar te zijn voor wat je al aan spullen hebt. Veel waarde hechten aan macht zou dus het ervaren van dankbaarheid kunnen belemmeren.

Op de vraag of het belangrijk is om rijk te zijn, en geld en dure spullen te hebben, gaf 53% van de Nederlanders aan dat dit een beetje tot heel erg belangrijk voor hen is. In 2002 was dit percentage 55,4% en dit is dus vrijwel gelijk gebleven in de afgelopen 16 jaar. Er waren wel verschillen in geslacht en leeftijd. Blijkbaar hechten vrouwen en ouderen hier meer waarde aan dan mannen en jongeren. Er werd ook gevraagd of mensen het belangrijk vinden om respect te krijgen van anderen. In 2002 gaf 79,4% van de Nederlanders aan hier belang aan te hechten en in 2018 was dat 80,2%. Vooral ouderen vinden het krijgen van respect belangrijker dan jongeren. Rijk zijn lijkt dus minder cruciaal te zijn dan respect krijgen.

Vriendelijkheid

Er zou minder vriendelijkheid zijn in een individualistische wereld. Dankbaarheid is bij uitstek een sociale emotie die een centrale rol speelt binnen relaties. Vriendelijkheid en dankbaarheid gaan samen. Zo blijkt dat het uiten van dankbaarheid de vriendelijkheid van de weldoener motiveert. Het stimuleert ook de vriendelijkheid van de ontvangende persoon zelf om iets vriendelijks te doen voor een ander dan de weldoener. Daarnaast is het dankbaarheid die zorgt voor een sociale band tussen mensen en voor loyaliteit voor familie en vrienden. Dankbaarheid gaat samen met een aanhoudende gedachte om iets vriendelijks terug te willen doen voor een ontvangen gunst, nu of in de toekomst. Dankbaarheid en vriendelijkheid lijken dus wederzijds afhankelijk te zijn van elkaar.

Van de Nederlandse deelnemers aan de ESS geeft maar liefst 97,5% in 2002 en 99% in 2018 aan dat het belangrijk is om anderen te helpen en om voor anderen te zorgen. Mannen vinden dit van grotere waarde dan vrouwen in zowel 2002 als 2018. Jongeren vinden dit in 2002 belangrijker dan ouderen maar dit verschil is verdwenen in 2018. Ook voor loyaliteit tegenover vrienden en betrokkenheid bij naasten zijn de percentages hoog. 98,9% van de deelnemers in 2002 gaven aan dit belangrijk te vinden en in 2018 is dat 99%. In zowel 2002 en 2018 scoren mannen hoger dan vrouwen. In 2002 is er geen verschil in leeftijd maar in 2018 is dat wel het geval; ouderen vinden loyaliteit tegenover vrienden en betrokkenheid bij naasten belangrijker dan jongeren. Vriendelijkheid als waarde in het leven lijkt nog springlevend in Nederland.

Sociale contacten

In de vragenlijst van de ESS zijn ook een aantal vragen gesteld over sociale contacten. Zo hebben ze de deelnemers gevraagd hoe vaak ze contact hadden met vrienden, familie en collega’s. In 2002 gaf 90,4% van de Nederlanders aan minstens één keer per maand sociaal contact te hebben met vrienden, familie en collega’s; in 2018 was dat 93,1%. Jongeren en vrouwen hebben vaker sociaal contact dan ouderen en mannen. Veruit de meeste Nederlanders hebben minimaal één persoon om persoonlijke en intieme onderwerpen mee te bespreken. In 2002 was dat 93,2% en in 2018 was dat 94,4%. Ouderen en vrouwen hebben meer personen om hun zorgen mee te delen dan jongeren en mannen. Van de Nederlandse deelnemers heeft het grootste gedeelte dus regelmatig contact met andere mensen.

Religie

Dankbaarheid en religie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In alle levensbeschouwingen speelt dankbaarheid een centrale rol en komt het regelmatig terug in teksten en diensten. In Nederland zien we al jaren een daling van het aantal mensen dat zichzelf tot een religieuze levensbeschouwing rekenen. Ook de ESS vraagt naar de religiositeit van de deelnemers. In 2002 gaf 56,3% van de Nederlanders aan niet bij een religie te horen. Slechts 21,2% van de mensen die wel geloven ging minstens één keer per maand naar een dienst buiten de speciale religieuze dagen zoals Kerst of Suikerfeest om. In 2018 was het percentage niet-religieuze Nederlanders al gestegen tot 68,7%. Van de mensen die zeggen religieus te zijn, gaat dan nog slechts 14,5% naar een dienst buiten de speciale religieuze dagen om. Met het verdwijnen van de religie en de geloofsgemeenschap verdwijnt er ook een plek waarin dankbaarheid op regelmatige basis wordt genoemd.

Waarden van Nederlandse deelnemers aan de European Social Survey (bron: ESS)

Individualisme

Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft onderzoek gedaan naar de individualisering van Nederland. Individualisering kent drie hoofdonderdelen. Het eerste onderdeel is dat de invloed van sociale en maatschappelijke instituties zoals de kerk en het huwelijk. Het tweede onderdeel is de keuzevrijheid en zelfbeschikking van de personen binnen een gemeenschap. Als laatste onderdeel is de band tussen het individu en verschillende groepen in de gemeenschap van belang.

Instituties

Uit de cijfers van de EES bleek al dat de invloed van religie en de kerk vrijwel is verdwenen uit Nederland. Mensen geloven steeds minder vaak en van de mensen die wel gelovig zijn, gaat nog slechts een kleine groep naar een gebedshuis. Ook het huwelijk verliest zijn vanzelfsprekendheid. Er trouwen steeds minder mensen en het aantal alleenwonenden is met 38% in 2016 nog nooit zo hoog geweest. De verbondenheid met anderen lijkt langzaamaan te verdwijnen uit onze samenleving.

Keuzevrijheid

Wat juist vaker voorkomt is de groeiende nadruk op uniek zijn. Dit komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in de voornamen van kinderen. Steeds meer kinderen hebben unieke en soms zelfbedachte namen. Een andere ontwikkeling met betrekking tot het uniek willen zijn is de toename in piercings en tatoeages in Nederland. Door het aanbrengen van versieringen op het lichaam willen mensen zich onderscheiden van de ander. En was vroeger het huwelijk nog een economische eenheid en deed je alles samen, nu willen we vooral dat beide partners financieel onafhankelijk zijn. Wij hechten er waarde aan als mensen vooral autonoom en uniek willen zijn.

Onderlinge banden

Eerder zagen we al dat de meeste mensen in Nederland regelmatig contact hebben met anderen. Ook zijn mensen nog steeds vaak lid van verenigingen; ongeveer driekwart van de Nederlanders is lid van een of andere vereniging of club. Het contact vindt tegenwoordig niet alleen in levenden lijve plaats maar sociale interactie vindt ook plaats via het internet. Daten via internet is razend populair en het internet staat als vierde genoteerd als plek om een partner te zoeken. Hadden slechts 2% van de samenwonende stellen in 2003 elkaar ontmoet via internet, in 2008 was dit 10% en in 2013 al 13%. Mensen hebben nog steeds veel sociale contacten al is er met de digitalisering er een nieuwe dimensie bijgekomen.

Meer egoïsme en individualisme?

Is er nu meer egoïsme en individualisme dan vroeger? De waarden die samenhangen met egoïsme en dankbaarheid lijken niet te zijn veranderd in de afgelopen 16 jaar. Bemoedigend zijn de hoge percentages de verband houden met vriendelijkheid. We hebben blijkbaar nog steeds oog voor de ander. Door de digitalisering en het wegvallen van instituties die voor verbondenheid zorgden, lijkt er meer nadruk te zijn gaan liggen op zelfstandigheid en uniek-zijn. Aan de andere kant zien we dat de Nederlanders nog steeds veel contacten hebben, maar we behoren steeds minder tot een grote afgebakende groep binnen de samenleving. Hierdoor voelen mensen dat ze teruggeworpen worden op zichzelf en proberen zich in hun eentje staande te houden. Ik kan gelukkig niet tot de conclusie komen dat er meer egoïsme is maar er lijkt wel steeds meer nadruk op het individu te liggen die een nieuwe weg moet zoeken om verbonden te zijn met de ander.

Conclusie

Zijn we nog wel dankbaar? Dat was de vraag waarmee dit artikel begon. Er zijn een aantal punten die opvallen in het voorgaande. Mensen vinden het nog steeds belangrijk om aandacht te hebben voor andere mensen en de meeste mensen hebben ook veel contact met anderen. Er zijn dus voldoende mogelijkheden om dankbaarheid te uiten en te ontvangen. Aan de andere kant is er een belangrijke plek weggevallen waar dankbaarheid een centrale rol speelde: de kerk. Hierdoor zou het woord ‘dankbaarheid’ wel eens uit het zicht geraakt kunnen zijn in ons dagelijkse leven. En als je niet of nauwelijks in aanraking komt met de term, dan weet je onvoldoende wat het betekent en dat motiveert weer niet om dankbaar te zijn.

Ik denk dan ook dat we eerst een onderscheid moeten maken in dankbaar zijn, niet dankbaar zijn en ondankbaar zijn. Bij ondankbaarheid heeft iemand het gevoel ergens recht op te hebben. Bij dankbaarheid is er het besef dat iemand iets waardevols heeft gegeven of gedaan. Niet dankbaar zijn ontstaat als je niet weet dat dankbaarheid bestaat, hoe het voelt en hoe je het kunt uiten. Ik denk dat mensen steeds vaker niet dankbaar zijn omdat ze onvoldoende weten wat dankbaarheid is. Ze komen er eenvoudigweg te weinig mee in aanraking. Zodra we ervoor zorgen dat het oog van mensen op dankbaarheid valt, zullen meer mensen weer dankbaar kunnen zijn. Aan de slag zou ik zeggen!

Deel dit bericht!