Examenstress?

Examen? Tentamen? Toets? Eindproef? Het maakt niet uit hoe jouw onderwijsinstelling deze afsluiting van een vak noemt. Voor jou is het hét moment om te laten zien wat je weet of kunt. Spannend? Zeker! Maar een beetje spanning heb je nodig om optimaal te kunnen presteren. Een stuk van de nervositeit kun je al wegnemen door in ieder geval de lesstof bestudeerd te hebben en uitgerust naar het examen te gaan. Hoe je nu het beste een examen aanpakt, lees je in dit blog.

Examens

Er zijn examens met meerkeuzevragen, open vragen of een combinatie hiervan. Voor beide soorten vragen gelden een aantal algemene tips. Zo gebruik je voor alle soorten vragen bij voorkeur het rondesysteem:

  • Lees eerst alle vragen door;
  • In de volgende ronde vul je alle vragen in die je direct weet;
  • In de daaropvolgende ronde vul je de vragen in waar je wat langer over na moet denken;
  • In de laatste ronde vul je de vragen in die je niet denkt te weten.

Op deze manier verlies je geen tijd op een moeilijke vraag in het begin van je examen terwijl je andere vragen juist prima kunt beantwoorden. Verzamel eerst de gemakkelijkste punten!

Aantekeningen

Bij een examen krijg je meestal een kladpapier dat je mag gebruiken en weer moet inleveren na het examen. Gebruik dit kladpapier ook. Schrijf op wat je weet over een onderwerp. Maak een lijst of een mindmap van de kennis die je hebt. Misschien teken je wel even die ene tekening uit je eigen samenvatting. Deze informatie helpt je namelijk om informatie uit je hoofd op te halen.

Wat staat er precies?

Staat er in de vraag iets als noem drie factoren van…. Noem er dan ook drie en niet meer in je antwoord. De corrector kijkt alleen de eerste drie antwoorden na. Natuurlijk mag je op je kladpapier zoveel antwoorden noteren als je wilt en kies daar de drie beste uit voor je definitieve antwoord. Let ook op korte maar belangrijke woorden als niet of geen.  Onderzoek toont aan dat mensen tijdens het lezen voorspelbare en korte woorden overslaan tijdens het lezen. Schrijf deze woorden groot op je kladpapier om je eraan te herinneren dat je moet controleren dat je deze woorden ook gelezen hebt.

Open vragen

Bij open vragen is het de bedoeling zelf een antwoord te schrijven of te typen. Lees eerst alle vragen door zodat je kunt inschatten hoeveel tijd je nodig hebt voor het examen. Voordat je de vraag daadwerkelijk beantwoordt, maak je een lijst of mindmap van de kernwoorden op je kladblad. Ook hier helpt deze lijst of mindmap om informatie op te halen uit je hoofd dat wat verder weg zit.

Motiveer je antwoord

Bouw je antwoord of motivatie logisch op. De eerste zin is een inleiding van het onderwerp; maak gerust gebruik van de woorden van de vraag. Het middenstuk bevat voorbeelden, argumenten, uitleg, factoren, etc. De laatste zin is een conclusie. Begin met een kleine introductie, gevolgd door de kernboodschap en sluit af met een conclusie.

De laatste ronde

Kom je bij de laatste ronde bij een vraag waarop je het antwoord niet of niet goed weet? Schrijf toch wat op, bijvoorbeeld een definitie van een kernwoord van de vraag. Soms krijg je tijdens het schrijven toch nog ideeën voor een uitgebreider antwoord. Bovendien laat je zo toch zien dat je iets van het onderwerp afweet en sprokkel je wellicht toch nog een paar punten bij elkaar.

Tijd over?

Heb je nog tijd over? Lees dan je antwoorden nog eens door. Misschien bedenk je hier en daar nog iets dat je kunt aanvullen. Is het examen met pen en papier? Zorg er dan voor dat je na ieder antwoord een paar regels openhoudt zodat je dit ook kunt doen aan het einde van het examen.

Meerkeuzevragen

Ook bij de meerkeuzevragen is het rondesysteem te gebruiken. Dus eerste weer de eenvoudig te beantwoorden vragen, de vragen die je weet maar die iets meer tijd vragen en dan de vragen die je niet denkt te weten.

Meerkeuzevragen

Meerkeuzevragen beantwoord je in een aantal fasen nadat je eerst alle vragen hebt doorgelezen:

  1. Probeer de antwoorden af te dekken en zelf een antwoord te formuleren op de vraag; kijk of het antwoord tussen de opties staan.
  2. Over het algemeen geldt dat een van de antwoorden overduidelijk onjuist is. Een tweede blijkt met enig nadenken niet juist te zijn. Bepaal nu welk van de overgebleven antwoorden het beste is. De volgende punten helpen hierbij.
    • Schrijf of teken op een kladpapier wat je al weet over het onderwerp of maak een schema van de vraag. Dit activeert de kennis in je hersenen.
    • Lees de vraag en de antwoorden zorgvuldig en vergelijk de sleutelwoorden van de vraag met de twee alternatieven.
    • Let op woorden als nooit en altijd. Dit is namelijk wel erg absoluut. Gebeurt iets nooit of altijd?
    • Zoek niet te veel achter vragen, vragen zijn niet als instinkers bedoeld.
    • Het gaat om het beste antwoord; het hoeft niet perfect te zijn. De andere antwoorden zijn soms echt onzin, soms alleen maar minder juist.

Twijfel en verbeteren

Meerkeuzevragen zijn gebaseerd op herkenning, Als je alle teksten goed hebt doorgenomen en je hebt de vraag zorgvuldig gelezen, dan is de eerste indruk vaak de beste. Blijf zoveel als mogelijk bij de eerste keuze, tenzij je een nieuw inzicht hebt. Verbeteren om twijfel te laten afnemen en niet vanwege een nieuw inzicht in de vraag leidt vaak tot verslechtering van het resultaat. Als je het examen op deze wijze dreigt te verprutsen, druk dan op de knop versturen en ga naar huis 🙂

Veel succes met de examens!

Deel dit bericht!